C.B.O. Zwartewaterland

107.3 in de ether, 104.1 op de kabel, via het Internet en het Meentenet

Oplossing Miezmoor 565, 7 september 2011

OPLOSSING:
En is gezeten aan de rechterhand Gods.
Markus 16 : 19.

 

Vraag 1: een woord uit regel 2.
Psalm 132:11
    Daar zal Ik David door Mijn kracht,
    Een hoorn van rijkdom, eer en macht
    Doen rijzen uit zijn nageslacht.
    'k Heb Mijn gezalfden knecht een licht,
    Een held're lampe toegericht.

Vraag 2: een woord uit regel 1.
Psalm 119:55
    Mijn ziel is in mijn hand, steeds in gevaar;
    'k Verlies nochtans Uw wet niet uit mijn ogen.
    Zij blijft mijn doel; en schoon een boze schaar
    Mij strikken heeft gelegd door list en logen,
    Ben ik van Uw bevelen hier of daar
    Niet afgedwaald, noch tot hun kwaad bewogen.

Vraag 3: een woord uit regel 1.
Psalm 44:11
    Ja, hadden w', in dien druk gezeten,
    Den naam van onzen God vergeten,
    De handen, in verlegenheid,
    Tot vreemde goden uitgebreid:
    Zou God, naar Zijn onkreukbaar recht,
    Die euveldaad niet onderzoeken?
    Al wat in 't hart wordt overlegd,
    Kent Hij, tot in de diepste hoeken.

Vraag 4: een woord uit regel 4.
Psalm 2:5
    "Uw ijz'ren staf, die al hun macht verplet,
    Maak' hen eerlang eerbiedig' onderzaten,
    En noodzaak' hen te buigen voor Uw wet,
    Of sla z' aan gruis, als pottenbakkersvaten!"
    O vorsten, wilt de wet der wijsheid horen,
    Eer gij God Zelv' en Zijn Gezalfde hoont;
    O rechters, tot den stoel der eer gekoren,
    Verdraagt Zijn tucht, die u Zijn liefde toont.

Vraag 5: een woord uit regel 1.
Psalm 94:2
    Hoe lang, HEER', zullen dan de bozen,
    Hoe langen tijd de goddelozen
    Nog hupp'len, vol van dart'le vreugd,
    En laster braken op de deugd,
    En spreken, als in zegepraal,
    Baldadig d' allerhardste taal?

Vraag 6: een woord uit regel 4.
Psalm 21:8
    Uw sterke hand zal onverwacht
    Al Uwe haters vinden;
    Uw wraak zal hen verslinden;
    Uw rechterhand zal eens, met kracht,
    Vernielen en verslaan
    Hen, die Uw rijk weerstaan.

Vraag 7: een woord uit regel 1.
Psalm 10:7
    Waarom ontrooft de lasteraar Gods eer?
    Wat vleit hij zich, dat God het niet aanschouw'?
    Gij ziet het toch, waarheen hij zich ook keer';
    Want Gij merkt op de moeite, smart en rouw,
    Opdat men 't U in handen geven zou.
    Op U verlaat zich d' arme; zou hij vrezen?
    Gij immers zijt een trouwe hulp der wezen.