C.B.O. Zwartewaterland

107.3 in de ether, 104.1 op de kabel, via het Internet en het Meentenet

Oplossing Miezmoor 571, 19 oktober 2011

OPLOSSING:
Schoon geen van hen verzadigd is.
Psalm 59 : 9 regel 4.

Vraag 1: een woord uit regel 3.
Psalm 7:8
Hij heeft een diepen kuil doen delven,
Maar 't was bij d' uitkomst voor zichzelven,
Schoon hij, met zoveel loos beleid,
Dien had tot mijn verderf bereid;
De moeite, die hij dorst verwekken,
Zal zijnen kop eerlang bedekken,
En zijnen schedel al 't geweld,
Waarmee hij and'ren had gekweld.

Vraag 2: een woord uit regel 4.
Psalm 26:5
Mijn hart verfoeit en haat
De werkers van het kwaad,
Bij wie ik mijnen voet niet zet.
Ik zit bij geen godd'lozen;
'k Ontwijk, de plaats der bozen.
Zo word ik niet door hen besmet.

Vraag 3: een woord uit regel 3.
Psalm 119:76
Maar, HEER', Gij zijt nabij, Gij ziet mij aan;
De waarheid is aan Uw gebo"n verbonden;
Ik wist van ouds reeds uit Uw woord en daƒn,
Dat al, wat Gij getuigd hebt, ongeschonden
En vlekkeloos voor eeuwig zal bestaan,
Gevestigd op onwankelbare gronden.

Vraag 4: een woord uit regel 5.
Psalm 35:12
Laat hen niet zeggen in het hart:
"Geluk, mijn ziel, hij is benard!"
Men hore nimmer uit hun monden:
"Wij hebben hem in 't eind verslonden!"
Wil hen veeleer met schand' belaƒn,
Om al den smaad, mij aangedaan;
Opdat mijn trotse weˆrpartij
Zich niet verheffe tegen mij.

Vraag 5: een woord uit regel 5.
Psalm 78:15
Toen aten zij, en werden zat van eten;
Hun eetlust werd voldaan, hoe godvergeten;
Maar eer hun drift en tomeloos begeren,
Waarmee dat volk Gods almacht dorst onteren,
Verzadigd was, ziedaar de straf terstond,
Terwijl de spijs nog was in hunnen mond.

Vraag 6: een woord uit regel 4.
Psalm 142:6
Hoor mijn geschrei; 'k ben uitgeteerd,
Door mijn vervolgers overheerd;
Ai, help en red mij uit den nood,
Want hunne macht is mij te groot.