Oplossing Miezmoor 575, 23 november 2011
- Gegevens
- Categorie: Miezmoor
OPLOSSING:
Mijn ziel wacht op den Heere.
Psalm 130 vers 6a (onberijmd).
Vraag 1: een woord uit regel 7.
Psalm 120:3
Wee mij, die rust en hulp moet derven,
In Mesech als een vreemd'ling zwerven,
En steeds in Kedars tenten wonen,
Bij mensen, die mij bitter honen.
Ik heb reeds lang mij opgehouden
Bij hen, die nooit op God betrouwden;
Bij hen, die, tot mijn bitterst wee,
Een afschrik hebben van den vreˆ.
Vraag 2: een woord uit regel 1.
Psalm 6:8
Mijn ziel, grijp moed; wijkt bozen;
Vlucht van mij weg, godd'lozen!
De HEER' heeft mijne klacht,
Met toegenegen oren,
Genadig willen horen,
En al mijn smart verzacht.
Vraag 3: een woord uit regel 4.
Psalm 71:3
Bevrijd mij van 't geweld des snoden,
Die 't heilig recht verkracht;
Wiens trotsheid mij veracht.
Ik wacht op U, o God der goden,
Op Wien ik vast vertrouwde,
Van dat ik 't licht aanschouwde.
Vraag 4: een woord uit regel 4.
Psalm 125:3
Want hoe de bozen zich doen schromen
Door wrede heerschappij,
Nog zal hun dwing'landij
Niet rusten op het lot der vromen,
Opdat zij nooit, van 't recht geweken,
Zichzelven wreken.
Vraag 5: een woord uit regel 6.
Psalm 109:7
Laat kwaad op kwaad zijn huis omringen;
Roei uit al zijn nakomelingen;
En dat in 't volgende geslachte
Elk hun verstorven naam verachte;
Der vaad'ren misdaad zelfs verschaff'
Den HEERE reden tot zijn straf.
Vraag 6: een woord uit regel 2.
Psalm 29:1
Aardse machten, looft den HEER',
Geeft den HEERE sterkt' en eer;
Dat de lof van 's Hoogsten naam
Aller groten roem beschaam';
Vorsten, 't voegt u Hem in 't midden
Van Zijn heiligdom, 't aanbidden;
't Voegt u, met de Godgetrouwen,
's HEEREN heerlijkheid t' ontvouwen.



Even geduld ...