C.B.O. Zwartewaterland

107.3 in de ether, 104.1 op de kabel, via het Internet en het Meentenet

Oplossing Miezmoor 581, 4 januari 2012

OPLOSSING:
Mijn hope staat op U alleen.
Psalm 39 : 5 regel 2.

Vraag 1: een woord uit regel 4.
Psalm 66:10
God zij altoos op 't hoogst geprezen!
Lof zij Gods goedertierenheid,
Die nimmer mij heeft afgewezen,
Noch mijn gebed gehoor ontzeid!

Vraag 2: een woord uit regel 1.
Psalm 69:3
Beschaam door mij de stille hope niet
Van hen, die U, o HEER' der legerscharen,
Verwachten; laat geen schande wedervaren
Aan hen, die U steeds zoeken in verdriet;
Met mij verging hun hoop, o Isrels God,
Daar ik mijn smaad om Uwentwil moet dragen.
Mijn aanschijn is bedekt met schand' en spot;
Helaas, wat heb ik stof tot bitter klagen!

Vraag 3: een woord uit regel 3.
Psalm 45:5
Men ziet U blij, in statelijke reien,
Door docht'ren zelfs van koningen geleien;
De koningin staat aan Uw rechterhand
In 't fijnste goud van Ofirs mijnrijk land.
O dochter, hoor, en zie, en neig uw oren;
Verlaat, vergeet, wat ooit u kon bekoren,
Uws vaders huis, uw volk, en wat voorheen
U dierbaar en beminnenswaardig scheen.

Vraag 4: een woord uit regel 9.
Psalm 4:2
Herinnert u, gij roekelozen,
Dat Zich de HEER' een gunstgenoot
Heeft afgezonderd en verkozen.
Hij doet mij nooit van schaamte blozen,
Die, als ik riep, mij bijstand bood.
Zijt gij beroerd, ontsteld, verlegen,
Zo zondigt niet; verzaakt uw wil;
Spreekt in uw hart; herdenkt uw wegen,
Op 't eenzaam bedde neergezegen;
En weest in all' ontmoeting stil.

Vraag 5: een woord uit regel 5.
Psalm 119:57
'k Haat ranken, vol van kwaad, en bitt're vrucht;
Maar ik bemin met al mijn hart Uw wetten;
Gij zijt mijn schild, de rots, waarheen ik vlucht;
Gij kunt en wilt mijn ondergang beletten;
'k Vertrouwd' op U, en 't blijft nog staƒg mijn zucht,
Om op Uw woord mijn vaste hoop te zetten.

Vraag 6: een woord uit regel 1.
Psalm 11:1
Op God alleen betrouw ik in mijn noden;
Hoe zegt gij trots tot mij in mijn verdriet:
"Nu ijlings heen, nu naar 't gebergt' gevloden,
Gelijk vol angst een schuwe vogel vliedt!"
Men ziet den boog door goddelozen stellen;
Men spant de pees, men schikt den pijl, en schiet,
Om onverwacht d' oprechten neer te vellen.