C.B.O. Zwartewaterland

107.3 in de ether, 104.1 op de kabel, via het Internet en het Meentenet

Oplossing Miezmoor 585, 1 februari 2012

OPLOSSING:
Nochtans geloofden zij in Hem niet.
Johannes 12 : 37 b.

Vraag 1: een woord uit regel 3.
Psalm 49:7
Schoon hij zich op deez' aard' in wellust baadt,
En ieder roemt zijn weeld' en overdaad,
Hij daalt nochtans, gelijk zijn gans geslacht,
Vervreemd van God, in 's afgronds donk'ren nacht.
Gij dan, o mens, hoe waard, hoe groot in eer;
Zo gij den wil versmaadt van uwen HEER',
Dan gaat gij, als de beesten, haast verloren;
Een wis verderf is u ten lot beschoren.

Vraag 2: een woord uit regel 5.
Psalm 78:11
Dit hoorde God, en werd op 't hoogst verbolgen;
Zijn vuur ontstak, om Jakob te vervolgen;
De felle toorn van 't eeuwig Opperwezen
Deed Isra‰l al sidderende vrezen;
Omdat zij niet geloofden aan Gods mond
Noch op Zijn heil vertrouwden naar 't verbond. 

Vraag 3: een woord uit regel 1.
Psalm 28:5
Geloofd zij God, Wiens open oren
Mijn smeekstem gunstig wilden horen;
Hij is mijn sterkt' en schild in 't strijden;
'k Vertrouwd' op Hem, Hij hielp m' uit lijden;
Dies springt mijn hart van juichensstof,
En zingt des Allerhoogsten lof. 

Vraag 4: een woord uit regel 5.
Psalm 119:81
Toen vorsten mij vervolgden zonder reˆn,
Vreesd' ik Uw woord, met die Uw heil beminden.
Ik ben verblijd om Uw goedgunstigheˆn,
Die meer en meer mij aan Uw dienst verbinden;
'k Vind groter vreugd in Uw beloft' alleen,
Dan hij, die ooit een groten buit mocht vinden. 

Vraag 5: een woord uit regel 1.
Psalm 8:6
Gij geeft hem, wijd en zijd in alle landen,
De heerschappij der werken Uwer handen,
Ja, zet Šn aard' Šn zee voor 's mensen zoon,
Door Uw gezag, ter voetbank van zijn troon.

Vraag 6: een woord uit regel 3.
Psalm 5:5
Wie zinloos, zonder 't overwegen
Wat hem betaamt, tot U durft gaan,
Zal voor Uw aanschijn niet bestaan.
Gij haat, en staat hun billijk tegen,
Die onrecht plegen.